Mongolia | Onbegrenste leegte

Voor de onbegrenste leegte is er de chaos

De eerste 20 kilometer is om van het centrum van de stad naar de rand te rijden, drukke, zeer slechte asfalt wegen. Deels twee baans maar ook veel een baans wegen en file rijden. De onbegrenste leegte is hier vol gebouwd. Langs de weg veel bedrijven, maar ook veel met hout omringde woonerven. We rijden over de hoofdweg van Ulan Bator naar “Karakorum”, een kleine 370 kilometer naar het oosten.

De wet geeft hier iedere Mongool het recht op een stuk land van 35 meter bij 35 meter. De wet komt voor uit het feit dat het van oorsprong een nomade volk was. Iedereen trok rond, met zijn vee, van plaats naar plaats. Dus was er ook geen bezit van grond maar wel het recht om overal te staan en met het ontstaan van steden werd dit een probleem. Men bezette stukken land om te werken in de de stad. Het oude met de seizoenen mee verplaatsen stopte maar het recht op gratis grond bleef bestaan. Dus zijn er nu overal ommuurde stukken grond, met een tent, een latrine en zonder water, gas of electriciteit. Kris kras door elkaar en allemaal 1225 vierkante meter groot.

Buitenwijken, vol gertenten en kolen kachheltjes

Maar 40% van de mensen wonen in appartementen, deze worden gestookt vanuit ouderwetse kolencentrales, welke door de met tenten uitbreidende stad ook midden tussen de huizen staan. De gertenten worden warm gehouden met ouderwetse kolen of hout houtkachels. Bij minus dertig graden in een tent betekend dat constant stoken. Het resultaat is de dat dit de op twee na vervuilste stad van de wereld is. een grijze smog hangt overal. En na twee dagen branden ook mijn ogen om dat te bewijzen.

Het gebied waar we door heen rijden, heet dan ook in de volksmond ook “ger village”. En grote delen van de mensen wonen dan ook nog in hun ronde tentje, anderen bouwen een huis ernaast, in het veldje van 35 bij 35. Met de tent erbij wonen ze dus als nomade gratis in de stad, maar zonder enige facitiliteiten.

Na chaos is er de onbegrenste ruimte

Na een uur filerijden over slechte wegen rijdenwe de stad uit. De leegte in. Het is slecht weer geworden, het sneeuwt en vriest een graad of tien. Niet echt dikke vlokken sneeuw maar voldoende om een klein laagje sneeuw op het veld te krijgen. Het zicht is door de sneeuw slecht, maximaal een paar honderd meter, verder is alles wit. We rijden in een witte tunnel, aan beide zijde van de weg glooiend gras landschap, wit van de sneeuw, en een zwarte asfalt streep waar we op zitten. Verder niets, wit en leeg.

De drukte valt mee, af en toe een auto of vrachtwagen, en de kwaliteit van de weg is zodra we de stad uit zijn ineens goed. Maar door de witte deken om ons heen zien we weinig van de omgeving. Na twee uur beginnen de eerste gaten in het wolkendek te komen. Onze horizon verbreed, sommige plekken worden door de zon fel verlicht. En we zien de echte onbegrenste leegte voor ons opdoeken. Glooiend landschap, wat kleine bergen aan de horizon, witte laag sneeuw, waar het gele gras net door heen komt. Verder niets, geen bomen, geen bosjes. Uitgebreid ondergesneeuwd grasland. Prachtige, lege, steppe.

Maar ook deze leegte wordt weer gevuld.

We zien af en toe zwarte stippen in de witte vlakte. De eerste gedachten zijn dat het stenen zijn, of toch bosjes, struiken in het gras.. Maar als we dichterbij komen zijn het kuddes vee, honderden geiten en schapen, of tientallen koeien met misschien een verdwaalde yak er tussen. Of gewoon een groep loslopende paarden. Soms is er geen begeleiding te zien, in andere gevallen is er een herder op een paard en soms is het paard vervangen door een brommer.

Het lege land wordt ruim begraast door kuddes. Het land is van iedereen, geen hekken, dus de kuddes lopen rond en eten van het magere gras. En worden geleid naar een paar gertenten in het veld. Het nomade volk bestaat nog, men trekt met zijn kudde. In de zomer staan ze dicht bij het goede gras en het water in poeltjes of riviertjes. In de winter trekken ze meer naar de bergen voor bescherming van de wind. Ieder seizoen wordt het hele huis wordt ingepakt en verplaatst. Veelal met de auto of een vrachtwagen. Maar we zien ook groepen welke nog volledig traditioneel rond trekken. Een paar zwaar beladen kamelen, mensen dik aangekleed op paarden in de sneeuw, honden eromheen en de kudde ervoor. Langzaam bewegen ze door de schitterende leegte, ze vullen het niet maar zijn er een onderdeel van.

De volledige 450 kilometer zien we de kuddes, tientallen, variërend van een paar koeien tot een duizendtal geiten en schapen. En dit zijn de kuddes langs de weg, waar het waarschijnlijk druk is, omdat je met de auto nog naar een dorp kan om dingen te halen, maar het land is veel groter en daar zijn geen wegen. Daar lopen waarschijnlijk nog meer groepen rond, vrijwel geheel geïsoleerd. Ook al is de mobiele telefoon, zonnepaneel en satelliet schotel bijna overal te zien op de ruggen van de kameel in de karavaan. .

Een compleet ander, nomadisch leven, en het is geen toeristen show, deze mensen leven deels nog een leven van generaties terug. Wij rijden door hun wereld, nergens hekken, leeg grassteppe, kuddes. En de lucht is schoon, de zon breekt volledig door, koud, helder. Geweldige, voor ons bijna niet te bevatten onbegrenste leegte. Als de zee of de oceaan maar dan op het land. Geen woestijn meer gewoon gras steppe.

joepj Written by:

Be First to Comment

Leave a Reply

Your email address will not be published.