Al Ayn tombs: De eenzame fietser

In de eerste bocht op de grindweg zit een fietser langs de kant van de weg. Zijn racefiets hangt tegen de rotsen. Een pezig mannetje, in fietskleding, helm op met een bidon in zijn hand, vraagt of we hem en zijn fiets mee kunnen nemen naar beneden. We gooien de halve achterbank neer, de fiets en hij erin. Een fietser in nood kan je nooit laten staan langs de kant van de weg. Zeker niet iemand op dunne bandjes op een afdaling over een grindpad met hellingen van meer als tien procent.

Het eerste stuk reageert hij amper op vragen. Hij zit in auto, verdoofd. Later vertelt hij dat deze idiote rit onderdeel is van een wedstrijd van ultra-cyclisten zonder hulp van buitenaf (www. Bikingman.com). Totaal zes ritten in de wereld in een jaar, met een echte winnaar in het eind. En dat wat gisteren gebeurde een mooi verhaal was om te vertellen aan zijn kleinkinderen. Hij is zeventig, niet meer als vijftig kilo.

Deze tocht is kort, maar duizend kilometer lang, waarvan 95% op asfalt en 5% op grindwegen. Honderd deelnemers, ieder voor zich. Geen gereserveerde overnachtingen, geen begeleidende auto’s. Helemaal niets. Maximaal vijf dagen. Door de woestijn en over de Jebel Shams (berg van de zon).

We stoppen bij de koffieshop waar het asfalt weer begint. Gisterenmiddag heeft hij hier moeten stoppen. Kotsend langs de kant van de weg, en daarna in slaap – soort coma – gevallen. Ze hadden hem hier bijna uit de rit gehaald. Maar na wat herstel was hij doorgegaan om rond elf uur in de avond boven bij het stempelpunt te zijn. Ergens in een soort bushokje heeft hij een paar uur geslapen. Nu gaat hij de mensen hier bedanken en weer fietsen – nog vijfhonderd kilometer te gaan.

Hij omarmd ons, houdt ons vast. Zijn ogen nog steeds wat verward. Maar hij praat weer enigszins normaal. We laten hem gaan.

Hij gaat straks over het asfalt verder, wij slaan af verder via een gravelweg over een bergpas. Hooguit vijf kilometer grint voor de boeg. Hij raadde ons deze route af, te gevaarlijk voor een auto. Hij was hier gisteren omhoog gekomen en vond het te gevaarlijk, onmogelijk te berijden. Maar we twijfelen aan zijn beoordelingsvermogen en nemen gewoon de afslag. Tijdens dit stuk passeren we vier fietsers, lopend naast hun fiets. We vragen of het gaat, ze zijn bezweet maar zien er goed uit, ze hebben bijna een dag achterstand maar maken een goede indruk.

De auto rit blijkt goed te doen, wat bochtige stukken maar goed te doen.

Het probleem is meer dat de Garmin de weg weer niet kan vinden. Hij stuurt ons wel netjes naar Al-Ain maar bedenkt zich ineens en gaat verder naar Al-Ayn, zonder ons dit te vertellen. Een stad tweehonderd kilometer verder. Gelukkig merken we het, keren om, rijden door het dorp. Nergens een bord naar de opgraving. Uiteindelijk blijken we er ongeveer naast te staan, we zijn erlangs gereden, zonder het te zien. Nu we van de andere kant komen herkennen we het.

We lopen naar de Beehive tombs. Stenen opgestapeld tot hutjes, rond, smaller naar de top met een gat erin. Tientallen op een heuveltop, vlak bij een Wadi. Met daarachter een schitterende bergketen. Een geweldige locatie. De hutjes zijn begraafplaatsen, vijfduizend jaar oud. Een unieke plaats, zomaar boven wat velden. Ongestoord hier gestaan. En nog steeds. Zonder hek of bord. Een unieke archeologische plaats waar we ongestoord rondlopen. Alsof het alleen maar gestapelde stenen zijn. UNESCO-werelderfgoed, beschermd. Zonder hek, een klein bordje dat je niets mag meenemen, wij lopen er rond.

Een groep fietsers is hierlangs gegaan, ze hebben niets gezien. Extreme inspanning om de inspanning, alleen waarom. De volkeren hebben vijfduizend jaar geleden hier grafheuvels gebouwd. Extreme inspanning om goden tevreden te houden of om te gedenken. Zelfs op deze locatie zijn er geen antwoorden.

24 Februari 2020

joepj Written by:

Be First to Comment

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *