Ucluelet: Alleen met een kano op een eiland in de oceaan

Exact om acht uur melden we ons voor het begin van een volle dag kanoën. De eerste opmerking van de gids is dat het weer zal gaan veranderen, er is een lagedrukgebied voorspeld wat de aankomende uren snel zal naderen. In plaats van rustig weer met een zonnetje, zoals het op dat moment is, zal het een storm worden met veel regen. Ze hebben erover gedacht om de tocht te annuleren maar uiteindelijk hebben ze de tocht omgedraaid. Zodat we in ieder geval de storm mee hebben op het laatste stuk. Het kan ruw en nat gaan worden voorspellen ze.

Na instructies stappen we op de motorboot om na een uur varen, met veertig kilometer per uur, over de Grote Oceaan vliegend, bij een eilandengroep aan te komen. De zeewatertemperatuur is net als de luchttemperatuur een graad of tien. Maar de gevoelstemperatuur in een open boot met deze snelheid is rond het nulpunt. Daarna moeten we van de boot tot kniehoogte het water in om de kano’s en alle andere spullen aan de wal te krijgen. Rillend van de kou zijn we blij als we eindelijk mogen varen in onze kano. Met een spatzeiltje, drie lagen kleding en wat lichaamsbeweging krijgen we het eindelijk wat warmer. En als een vals zonnetje door de lichte wolken heen komt word het zelfs aangenaam.

Een kleine groep van vier boten, inclusief de gids, varend tussen verschillende eilanden, passages en kanalen. Deels beschermd maar ook gewoon op de open oceaan. De verwachting is natuurlijk, naast de zee en de eilanden, het zien van het dierenleven, vogels, zeeleeuwen, dolfijnen of een walvis zou zich hier kunnen laten zien. Of deze laatste misschien liever niet, ze zijn wel erg groot vanuit een kano. We varen langs mooie groene eilanden in prachtige rustig, vreselijk helder en schoon zeewater. De zon schijnt eerst nog maar een toenemend wolkendijk maakt de hemel grijs, de zee donkerder en de wind begint te draaien. Onderwater zien we schitterde grote waterplanten en op de rotsen grote zeesterren. Boven water blijft het sereen rustig met een dreigende storm.

Gibraltar

We lunchen op Gibraltar Island, geen onderdeel van England en het ligt ook niet aan de zuidkust van Spanje. Een klein steenstrandje waar je met een kano op kan landen en kan uitstappen. Op het strandje wat aangewaaide bomen waarop je kan zitten en een tafel met vleeswaren, noten en kaas voor lunch, neergezet door de gids. Er mag hier in het wild worden gekampeerd. Er is een ruimte onder de bomen vrijgemaakt, een soort van een toilet huisje – zonder stromend water maar gewoon wat zand erover werkt ook – en verder helemaal niets. Behalve een bord dat zegt dat je alleen vuur mag maken op het strand en dat je een permit moet hebben om hier te mogen overnachten. Wij komen aan op deze prachtige lege plek, en genieten van de rust.

Totaal drie andere groepen met kano’s komen daarna. Deze blijken allemaal een of meerdere dagen op dit eiland te blijven. Een soort Robinson Crusoe ervaring. Overdag wat rondvaren en in de avond rond een kampvuur wachten tot je in een tentje mag slapen. Geen douche, elektriciteit of stromend water – zeker geen warm water, het oceaanwater van een graad of tien als ligbad. Iedereen weet dat het slecht weer gaat worden, de gidsen doen er luchtig over. Een paar dagen regen is niet erg als het de laatste dag maar droog is zeggen ze tegen hun gasten. En wind is wind. Ze vinden het geen enkel probleem, ook al praten ze er wel de hele tijd over. Wij vertrekken en pedelen nog een uur of drie verder door het zwarte water naar het punt waar we opgehaald worden.

De lucht wordt grijzer, de wind steekt op en het wordt zelfs een beetje wiebelend in de kano. Maar met onze, wat roestige, ervaring als kanoër is dat geen probleem. Ook al komen de eerste golven wel over ons spatzeiltje in een brede stuk tussen de eilanden. Het blijft oceaan en terplekke ook diep. De gids vertelde dat hij altijd een beetje bang was als hij dacht wat er allemaal onder hem zat. Zwart water onder ons, donker lucht erboven met de eerste regenbuien in de verte.

Het dreigende weer lijkt niet alleen voor ons bedreigend maar ook voor de dieren, we zien een zeeleeuw op een paar honderd meter even zijn kop boven het water steken en dan meteen weer de diepte ingaan. En een Kingfisher (klein vogeltje) passeert ons op weg naar zijn nest om vast te gaan schuilen. We varen vijf uur, ongetraind, door een prachtig gebied zonder enig ander teken van leven. De spieren klagen toch wel na twintig kilometer. De dieren zijn al aan het schuilen, diep onder water of in hun nesten hoog in de bomen.

Terug….

Terug, na de bootrit, bij onze camper zien we hier wel een drietal hertjes en een visarend op het strandje vlak voor ons lopen. Ondertussen regent en stormt het en eten we voor de eerste keer, brood met gebakken worst, in de camper. We zijn moe, beginnende spierpijn na een hele dag in de kano, op zee. En dan niets zien als eilanden met bomen in de zee. Langzaam voorbij glijdend.

Maar onze teleurstelling verdwijnt volledig bij het idee aan de vijftien kanoërs welke nu op Gibraltar eiland, in hun tentje zitten. De regen rammend op het dak, de wind beukend op de bomen, en dan alleen in een slaapzak in het donker en hopen op het licht de volgende ochtend. Terwijl de regen verder beukt.

Wij kruipen onder ons warme dekbed, lezen nog wat en slapen diep en lang.

20 augustus 2019

joepj Written by:

Be First to Comment

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *