Nanaimo – Ucluelet: reis naar een andere wereld

Om acht uur in de avond zijn de vlammen van ons kampvuur eindelijk gedoofd, de rook gestopt. Van een paar grote blokken hout rest verkoold as. Helemaal wit, met rode vlammetjes als de wind er nog even mee speelt. Tijd om een moot verse zalm op het rooster te leggen, en langzaam te garen. Barbecue zoals het ooit bedoeld was. De aardappel in aluminiumfolie ligt al een uur in het vuur en is gaar en warm. Een koolsalade erbij en de dag kan afgesloten worden, met een grootse maaltijd.

We staan op de mooiste plek van de campsite. Direct aan het water, geen buren met ruim uitzicht over een binnenhaven, vol met vissersboten en een paar jachtjes. Daarachter groene bergen en een blauwe lucht. Bij aankomst waren er wel wat problemen omdat de plek eigenlijk te klein was voor ons 23’ camper (7 meter), de campsite was voor maximaal 19’ en er was geen andere meer beschikbaar. Maar met een goede spotter – Jacq die aanwijzingen geeft terwijl ik blind achteruit de plek indraai – staan we er in een keer. De acteruitcamera werkt niet omdat de opbouw ervoor is gebouwd en de achteruitkijkspiegel steekt niet genoeg uit buiten de cabine om iets te zien.  

Rijden in Canada

Tijdens het rijden heb je die spiegels ook helemaal niet nodig. De wegen zijn breed en men rijdt hier – tot nu toe – zo netjes dat het helemaal niet relevant is wie er achter je rijdt en wat hij van plan is. Inhalen op een tweebaans weg door de bergen gebeurt gewoon niet. Als er iemand voor je tachtig rijdt dan wacht je netjes op een inhaalstrook voordat je erlangs gaat. Ook al mag je honderd.

En op een vierbaans snelweg rijdt iedere baan zijn eigen snelheid, waarom zou je wisselen van baan als je ook gewoon de snelheid van de wagen voor je kan rijden. In het begin is dit vreselijk irritant. In de eerste kilometers probeer ik met mijn camper gewoon auto’s in te halen welke naar mijn gevoel te langzaam gaan. Met honderdtien naar de binnenste baan, vol gas geven en er snel langs. En met 6.7 liter diesel is honderdtien echt pas het begin. Maar ik blijk de enige met dit gedrag. Deze eerste echte rit van een kleine tweehonderd kilometer heb ik vooral geërgerd aan dit beleefde rijden. Het was moeilijk om gewoon negentig te rijden, en geen haast te hebben.

Ook laten ze hier gewoon voetgangers oversteken, en wachten rustig tot ze volledig aan de overkant zijn voordat ze voorzichtig optrekken. Zelfs in de winkels krijg je voorrang met je boodschappenwagen. Op straat gaan ze aan de kant om ruimte te maken en groeten ze dan ook nog beleefd. En als je in de middag een glaasje wijn besteld, in een soort broodjeszaak, schenken ze dat in een jampot – tot de rand gevuld. De bediening en de keuken maken er een heerlijke puinhoop, maar leveren wel twee heerlijke ciabatta met gebakken eieren. Ook aan de tafels om ons heen is het een luid gepraat, iedereen praat met iedereen. Er moet iets mis zijn hier, iedereen is aardig voor elkaar. Het voelt bijna te aardig.

Relaxen

Behalve een groep aan het raam. Vader, moeder, dochter en zoon van een echt Nederlands gezin op vakantie. Dus met vier mobieltjes naast elkaar, kijkend op hun schermpje, chattend met de wereld. Geen woord wordt er gesproken.

De zalm smaakt naar zalm. De sterren verschijnen boven het haventje, de temperatuur is nog heerlijk.  Een paar lekkere glaasjes Whisky en een Pernod/cola’s uit Schiphol. En rond een uur of elf beginnen we het te snappen. Het is hier echt anders hier, geen gejaag, rustig gedrag en mensen welke met elkaar praten. We zijn weg uit de stad en we zullen ons aanpassen, er van genieten.

19 augustus 2019

joepj Written by:

Be First to Comment

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *