Een leeg land, de weg beneden

Namibië, Hardap dam | Alles of niets

Views: 14

Het blijft een gok, alles of niets, gaan we door de rivier of niet. Exact om twee uur in de middag staan we aan de oevers van de “Konklap”. Een doorwaadbaar beek of riviertje waar niemand ooit van gehoord heeft of weet waar die ligt. De weg gaat er doorheen, niets bijzonders. Alleen is hij nu zeker vijftig meter breed en is het water in het midden donker en stroomt het hard. Het is een soort “alles of niets” gokspel. Erdoorheen rijden en de overkant bereiken is de hoofdprijs. Want het is nog maar een paar kilometer naar een brede weg. Dat betekent dat we over een uurtje op onze volgende camping kunnen staan. Maar stranden we in een te diepe rivier dan is er een “total loss” van een één jaar oude Toyota Hilux 2.4 liter met camper opbouw. En ook het einde van de roadtrip.

Zwijgend, de motor uit, kijken we naar het langs klotsende water. Alleen. De hulplijn is vertrokken.

Als dit de eerste en enige plek was waar we door een watertje moesten rijden dan was het waarschijnlijk simpel geweest. We hadden bij het zien van dit geweld direct omgekeerd. Maar we hebben sinds ons vertrek vijf uur geleden dit al twintig keer gezien. Van kleine stroompjes tot stevige beekjes. En iedere keer hebben we getwijfeld. Maar zijn er daarna gewoon voor gegaan. Zonder problemen.

Een lange etapper

Van Bagatelle naar Klein Aus Vista is een lange rit van bijna vierhonderd kilometers. De twee gangbare routes zijn vrijwel volledig geasfalteerd, door grotendeels kaal gebied. Niet echt waarvoor je naar Namibië gaat. Op de kaart vinden we een alternatieve mogelijkheid, lokale gravel wegen. Het eerste deel vlak en het laatste uur bergachtig. En het blijkt, tot nu toe, een werkelijk schitterende tocht. Kaarsrechte wegen door een glooiend vlak land. Af en toe een huis, een paar geitenhoeders en vooral bosjes en hoog gras. Alles goed aangegeven en in de twee uur op deze weg totaal vier tegenliggers.

Drieënhalf uur na vertrek rijden gaan we het berggebied in. Prachtige tafelbergen, slingerende wegen, klimmen en dalen met mooie uitzichten. Een soort beeld uit een western film. En door de vele regen is alles groen. Gisteren zei onze gids dat er na zeven droge jaren er dit jaar meer regen in de laatste vier weken was gevallen als totaal in de afgelopen vijf jaar. Langzaam passeren we de eerste beekjes. Ze worden hoe verder we rijden steeds breder en dieper. Maar we zien ook steeds natte autosporen bij iedere doorgang. Het is duidelijk dat anderen recent erdoor gingen dus gaan wij ook. De eerste keer met hoge snelheid en veel opspattend water tot op ons dak. Later wat rustiger. De auto rustig door het water en in het midden goed gas geven en dan omhoogklimmen. Niet moeilijk, zelfs wel leuk.

Diep, breed en hard stromend.

Zolang de wielen niet wegslippen op de ondergrond en de motor blijft draaien gaat alles goed. Als het te diep wordt komt de luchtinlaat van de motor onder water en dan is het afgelopen. Als het te steil wordt slippen de banden en klimt de auto niet uit het water. Of als de stroom te hard is dan wordt je van de onderwater brug afgeduwd, in dieper water. Ook dan is het over. Dat is alles. En het is niet echt te voorspellen. Of je moet uit de wagen, door het water lopen en voelen of het niet te diep wordt of de zijstroom te hard is. Het andere alternatief is te kijken of andere wagens het redden of gewoon door het te proberen, zonder een weg terug.

We wachten, twijfelen. Alles of niets, zonder hulplijn kiezen. De verkeerde keuzen kan het einde van de vakantie zijn. Staan bij de laatste beek of zelfs rivier stil.

De – lokale – hulplijn

Er komt een wagen uit de tegenovergestelde richting. Hij ploegt door het water. We stoppen naast elkaar. Raampje open.

“Ik zou het niet doen, niet met jullie auto,” adviseert de bestuurder ons, vanuit zijn oude 4WD pick up. Twee duidelijk lokale bewoners kijken naar onze wagen.

Hij vertelt dat hij blij is het gehaald te hebben. Dat het water tot halverwege zijn deur stond. Dus iets van tachtig centimeter diep. Dat wij met onze opbouw veel zwaarder zijn en als er water in de opbouw zou komen we te zwaar worden en er niet meer uit kunnen komen. Wachten kan, het water kan snel zakken. Maar het kan ook gaan regenen en dan stijgt het snel verder. De grijze wolken bouwen al stevig op.

“Maar het is jullie keuze, het kan goed gaan,” zei hij toen hij wegreed, “het is mij ook gelukt.”

Een duivels dilemma. Drie uur terug en dan nog zeker vier uur over de asfalt route naar de bestemming. Totaal vanaf vertrek twaalf uur aan een stuk rijden en aankomen in het donker. Of erdoor, gas geven en over een uur er zijn. Hoe veel risico wil je nemen. Echte alternatieven zijn er niet, wat nog smallere wegen een uur terug maar ook die gaan – op een andere locatie – ook door deze waterstroom. We zitten in de auto, luisteren naar het water.

Alles of niets, we kiezen voor ‘niets’.

We keren om. Rijden terug naar de asfaltweg. En zoeken daar een camping. De drie uur heen doen we in twee uur. Te hard. Soms zo hard dat de wagen bijna weg slipt op het grint. De vermoeidheid slaat toe. Om vijf uur in de middag, na acht uur rijden. Zonder enige rust staan we op zestig kilometer van ons vertrek weer op een camping. Niets gegeten, geen tussenstop. Het lijkt wel vakantie.

Hardap dam campsite, 13 maart 2022


Geplaatst

in

door

Tags: